VOLG UPSELL   LinkedInTwitterfacebook Google+

IEDERE MEDEWERKEN KAN MEESCHRIJVEN AAN DE STRATEGIE

Meestal sluit de directie zich een paar dagen op als er een strategie moet worden bedacht. Maar wanneer medewerkers meeschrijven aan het document, is er een veel grotere kans dat de strategie ook succesvol uitgevoerd wordt. ‘En daar gaat het toch om?’, zegt Hans Hubers, die er een boek over schreef.

De meeste strategieontwikkelprocessen zijn met tamelijk veel geheimzinnigheid omgeven. De directie sluit zich op in een duur hotel, liefst vergezeld van wat consultants in mooie pakken, en de gewone sterveling merkt er niets van. Daaraan ten grondslag ligt de idee dat de managers over de strategie gaan, en daar ook nog eens alles over weten. Na een poosje wordt de strategie ‘uitgerold’ over de rest van de organisatie.

Maar een strategie is enkel succesvol wanneer hij gerealiseerd wordt, en dat bereik je niet met een glimmend boekwerkje, zegt Hans Hubers. Hij is directeur Strategie en Innovatie bij de ANWB en schreef een boek over strategievorming met medewerkers. ‘De meest gebruikte reactie van medewerkers op een nieuwe strategie is bukken en wachten tot het weer overwaait. Dat komt omdat mensen best willen veranderen, maar niet veranderd willen worden. Als je tegen medewerkers zegt dat ze vanaf morgen linksaf moeten in plaats van rechtsaf, denken ze: o ja?en gaan vervolgens over tot de orde van de dag.’

Iedere medewerker strateeg

Enkele grote organisaties (zoals Vitens, TNO, VNN en ANWB) betrokken de afgelopen jaren hun medewerkers bij de strategievorming. Daarvoor hebben ze twee redenen, zegt Hubers. ‘De eerste is draagvlak. De ervaring in de praktijk laat zien dat mensen zich betrokken voelen bij een nieuwe strategie wanneer ze zich gehoord en gezien voelen. Wetenschappelijk onderzoek is er niet naar verricht, maar iedereen met gezond verstand kan aanvoelen dat aanvoelen.’

Daarnaast wordt de strategie vaak beter door de input van medewerkers, omdat alle relevante kennis uit de organisatie ontsloten wordt. ‘Neem TNO, waar ze medewerkers ook lieten meedenken over de strategie. Daar werken 4000 hoogopgeleide professionals in vele vakgebieden: voor een directie is het onmogelijk om alle ins en outs van het werk te weten. Hier bij de ANWB geldt hetzelfde: de directeur kan een nieuwe strategie bedenken, maar de wegenwachtmedewerker weet als geen ander waar gestrande automobilisten steeds van balen. De dagelijkse realiteit van medewerkers sijpelt maar langzaam door naar boven, waardoor het een illusie is dat drie of vier directieleden de strategie kunnen bedenken. Daarvoor zijn bedrijven te groot, markten te complex en de tijd te snel geworden.’

Zijn eigenlijk álle strategische vragen geschikt om aan medewerkers voor te leggen? Sommigen menen van wel, anderen zijn terughoudender. ‘Met name wanneer het gaat om vraagstukken over reorganisaties zijn sommige topmensen behoudender. Zij zeggen dat je ook niet aan de kalkoen moet vragen wat er op het kerstmenu staat.’

bron: P&O Actueel